De Boulevard is weer voorbij. De keuze om allerlei vormen van theater, dans, muziek, cabaret te bekijken, kan volgend jaar weer rond deze tijd van het jaar.
Maar waar ga je dan voor?
Alleen lekker drankjes doen op één van de terrasjes of staand met vrienden of bekenden bij de jupilerbar, naast bijvoorbeeld de DONG ENERGY tent? Of veilig naar een voorstelling gaan met veel naamsbekendheid en waar je zeker bent van kwaliteit? Zoals Rob en Emiel, Piepschuim of Jelle van Amersfoort, om zomaar een paar mensen te noemen. Je kunt natuurlijk ook kiezen voor de uitdaging, waarvan je het risico neemt om ontzettend aangenaam verrast te worden of te concluderen dat dit niets voor jou en je vrienden was. Waar durf en wil je jouw geld aan uit te geven. Dat blijft continu de vraag waar iedereen mee speelt en wel of niet aan toegeeft.
Ik heb gekozen voor Rob en Emiel- Au revoir Boulevard, lekker lachen en je laten verbazen en afvragen, hoe doen ze dat nou? Dit was mijn veilige keuze, net als de keuze om naar de geweldige muziek en dansvoorstelling Play van Eastman, waar met van alles werd gespeeld, muziek, ritmes, elkaar, bewegingen, poppen, maskers, schaak en nog veel meer. Van het hele festival mijn topper.
En mijn uitdaging: Het syndroom van Zeben. Een voorstelling gespeeld door Kim van Zeben, dat sterk is in het neerzetten van typetjes en dat liefst in een sneltreinvaart achter elkaar, verpakt in een autobiografisch verhaal. Leuk, af en toe, soms gaat het te snel of snap ik de grappen niet.

